waterontharder
In verband met het in werking treden van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren werd reeds in 1968 eveneens een nieuwe afdeling ingesteld voor de behandeling van de uit de wet voortvloeiende activiteiten van het RIZA als adviesorgaan voor het Rijk. Bij de bouw van zuiveringsinstallaties en waterontharder is de rol van het RIZA van een ontwerpende en docerende steeds meer geworden die van een gesprekspartner met een eigen inbreng van kennis en ervaring. Die kennis en ervaring moeten echter wel op peil worden gehouden. Naast voeding van die kennis uit literatuur en met ervaringen uit het buitenland en van andere instellingen in Nederland, blijft eigen onderzoek daartoe noodzakelijk. De groei van het RIZA, van 11 personeelsleden in 1945, daarna teruglopend tot 7 en groeiend tot 80 in 1970 is nog niet ten einde. Er komen steeds nieuwe werkgroepen en commissies waar een inbreng van het RIZA wordt verwacht. Er is een toenemende behoefte aan slagvaardige rapportering, alles een gevolg van de toenemende belangstelling die de publiciteitsmedia voor kwesties van waterverontreiniging aan de dag leggen.
In een gedenkboek als het onderhavige is een toekomstvisie minder op zijn plaats. Doel van dit geschrift is in de eerste plaats de lezer nog eens te laten beseffen, dat de strijd tegen de waterverontreiniging in Nederland geen zaak is, die nu pas is ontdekt, maar dat 50 jaar geleden een kleine groep verantwoordelijke bestuurders de gevaren van waterverontreiniging reeds inzag en dat zij te samen met een kleine groep van deskundigen en fanatieke specialisten heeft moeten ervaren, hoe moeilijk de feitelijke zuivering van de grond is te krijgen, wanneer de tijden daarvoor nog niet rijp zijn. In de eerste 25 jaar van het bestaan van het RIZA is door hen een basis gelegd, waarvan in de naoorlogse jaren en ook nu nog de vruchten kunnen worden geplukt. Niemand heeft zich voorts serieus afgevraagd, hoe de situatie in Nederland er thans uit zou zien, wanneer het RIZA er niet zou zijn geweest; zou het er dan beter hebben voorgestaan, omdat er iets beters voor in de plaats zou zijn getreden? Het antwoord op deze vragen moge aan de fantasie van de lezer worden overgelaten! Eén ding staat echter wel vast: de kleine kern waaruit het RIZA 1970 is ontstaan, heeft, dikwijls onder moeilijke omstandigheden, baanbrekende gedachten uitgedragen, die vele op verantwoordelijke posten geplaatsten er van hebben overtuigd dat de bestrijding der waterverontreiniging zowel bestuurlijk als technisch verstrekkende maatregelen vereist.
Gepost op 14 May 2010 door Anouk
bedrijfshulpverlening
Sommige hebben deze cursus laten ontwikkelen door de ARBO. Op het internet zijn een paar handige programma’s te vinden waarmee u kunt uitrekenen uit hoeveel BHV ers uw bedrijfshulpverlening moet bestaan. De grootte van het gebouw, het aantal mensen, aantal uitgangen, soorten toestanden, organisatiesystemen en nog meer dingen bepalen wat er in welke maten nodig hoort te zijn. ‘fysieke overbelasting’ of detacheren eigen veiligheidsdeskundigen binnen het bedrijf, de instelling of organisatie. Zoek de best passende cursus bedrijfshulpverlening voor uw bedrijf. Deze hulpverlening heet ook wel bedrijfshulpverlening of afgekort bhv, die werkgevers zelf moeten organiseren. In het kader van de bedrijfshulpverlening en overeenkomstig de wet moet de bedrijfshulpverlener altijd in staat zijn om bij een ongeval of brand binnen enkele minuten adequaat te handelen en dit voort te zetten totdat professionele hulpverleners van externe instanties het van hem/haar kunnen overnemen. Natuurlijk is er bij brand in iedere situatie een ander hulpmiddel nodig, want zo zal op een benzine station geen water hulp bieden bij brand. Onder meer de aard en omvang van een bedrijf bepalen hoeveel hulpverleners er aanwezig zijn in dat bedrijf. Volgens de richtlijnen van de EEG moet in elke organisatie een plan aanwezig zijn om de veiligheid en gezondheid van werknemers zoveel mogelijk te garanderen. Hoeveel het er zijn hangt onder andere af van de aard en omvang van het bedrijf. De samenstelling van het personeelsbestand is ook een belangrijke factor voor het aantal aangewezen hulpverleners in een bedrijf.
De werkgever is wettelijk verplicht een goede bedrijfshulpverlening te organiseren in zijn bedrijf. Meestal is er sprake van een van tevoren goed georganiseerd systeem dat goed verzorgd hoort te zijn. Het is uit onderzoek bewezen door verschillende onderzoeksorganen, en vooral algemeen bekend en logisch na te gaan, dat dit middel veel levens red of zal redden. Wanneer is de bedrijfshulpverlening “naar maat”. Dit plan hoort bij alle werknemers bekend te zijn, zodat zij altijd zichzelf in veiligheid kunnen brengen. Dat is er bedrijfshulpverlening aanwezig is in een bedrijf is een wettelijke verplichting voor werkgevers. Tegenwoordig is het genoodzaakt om de benodigde mensen in dienst te hebben die optreden als bedrijfshulpverlener. Deze mensen kunnen actief zijn op verschillende gebieden. De opleiding en training van werknemers tot bedrijfshulpverlener gebeurt in de meeste gevallen door speciale organisaties. Belangrijk is om bij het aanwijzen van het aantal BHV ers rekening te houden met verschillende diensten, snipperdagen, vakanties en ziekte. Voor sommige organisaties worden uitzonderingen gemaakt, informeer bij het ministerie van SZW of uw organisatie bij deze uitzonderingen behoort. Er bestaan ook mogelijkheden om een complete cursus te volgen in verschillende moeilijkheidsgraden, soms heeft men voldoende aan een lichte cursus terwijl in een andere organisatie vanwege hogere risico’s een zware cursus noodzakelijk is. Binnen de bedrijfshulpverlening valt onder meer het verlenen van eerste hulp, het beperken van brand of indien mogelijk het bestrijden daarvan, beperken van de gevolgen van ongevallen en het alarmeren en evacueren in noodsituaties.. Men kan wel stellen dat het regelmatig misgaat. Tenslotte kunnen alle door dit instituut opgeleide bedrijfshulpverleners kosteloos een beroep doen op de eerstelijns bijstand bij traumatische problemen na hulpverlening.
Gepost op 26 April 2010 door Anouk
crematieverzekering
Er is sprake van micro onverzekerbaarheid wanneer de kans op het realiseren van het risico zo groot is, dat de daaruit voortvloeiende premie te hoog is in verhouding met de grootte van de mogelijke uitkering. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer het aangeboden risico zich ver buiten het gebied van de homogeniteiteis bevindt. De kans op realisatie van de narigheid is dan veel te groot in verhouding tot die kans bij andere verzekerden. Soms kan men nog een oplossing vinden door deze risico’s met extreem grote realisatiekans tot een afzonderlijke risicogroep samen te bundelen, ongeacht bij welke verzekeraar zij oorspronkelijk zijn aangemeld. Er zijn zelfs (door groepen van ‘gewone’ verzekeraars in het leven geroepen) speciale (her) verzekeringsmaatschappij en voor sommige van zulke extreme risico’s. Met fraaie namen, zoals ‘De Hoop’ voor crematieverzekering en ‘Rialto’ (vroeger ‘Terminus’) voor motorrijtuig- en brandverzekeringen. Er is sprake van macro onverzekerbaarheid wanneer naar verwachting de uitkeringen die nodig zijn bij realisatie van het ter verzekering aangeboden risico, niet uit de daartoe bijeengebrachte en/of bijeen te brengen pre. Wanneer in een bepaald gebied er erg veel fietsendiefstallen zijn, bijvoorbeeld dat het aantal fietsdiefstallen per jaar ongeveer gelijk is aan het aantal fietsen, komt micro onverzekerbaarheid ook om de hoek kijken: de jaarlijkse premie zou dan namelijk hoger worden dan de waarde van het te verzekeren voorwerp.
Pre mies kunnen worden voldaan. Als het van tevoren duidelijk is dat de verzekeraar niet of niet-voldoende zal kunnen uitkeren, kan en mag die verzekering niet totstandkomen. Het vergaan van de wereld is niet verzekerbaar: de verzekeraar zal bij realisatie zijn verplichting niet kunnen nakomen. Voor macro onverzekerbaarheid kunnen verschillende redenen zijn. De grootte van het risico en/of de grootte van de schade wanneer het risico wordt gerealiseerd, is vooraf zelfs niet bij benadering vast te stellen. De oorzaken van dat niet kunnen vaststellen, liggen meestal niet in de exceptionaliteit van het risico, maar in de onbepaalbaarheid van de grootte van de schade. Veelal hangt dat samen met de lange werkingsduur (aansprakelijkheid en beroepsziekten zijn daarvan voorbeelden) en het additionele risico van tussentijdse wijziging met (gedeeltelijk) terugwerkende kracht van wetgeving en jurisprudentie. Er is niet voldoende dekkingscapaciteit bij verzekeraars en herverzekeraars. Dit houdt in dat de herverzekeringsmarkt uiteindelijk beslist of bepaalde verzekeringen totstand komen.
Gepost op 25 February 2010 door Anouk
payroll
De casestudies die voor dit onderzoek zijn uitgevoerd in een aantal inlenende bedrijven illustreren het toegenomen belang van de payroll van flexibele arbeid. Van alle nieuwe uitzendkrachten die vast werk zochten vond in 1994 nog slechts 34 procent een vaste baan bij de inlener. Bij de huidige krapte op de arbeidsmarkt lijkt dergelijke duurzame samenwerking in het voordeel van beide partijen te zijn. De wetgeving oogt goed qua vorm, stellen betrokkenen, maar de regels zijn in feite overbodig. Alles illustreert dit op een wat andere manier. Specifieke aandacht voor uitzendkrachten en gedetacheerde In de telefonische enquête die onder 269 uitzendbureaus van inlenende bedrijven is gehouden, is onder andere gevraagd of er bij de discussie en het overleg over een aantal met name genoemde agendapunten specifieke aandacht is besteed aan de positie van uitzendkrachten en gedetacheerde in het bedrijf. Het deel dat hierin slaagt neemt geleidelijk toe en bedraagt momenteel circa een derde deel. Dit is 13 procent van de totale groep. Om schommelingen in de vraag op te vangen (36%). (Voor meer achtergronden over de enquête onder OR-en. Afgaande op de geluiden die de directeuren/personeelsfunctionarissen in inlenende bedrijven laten horen is er in de afgelopen 5 jaar weliswaar sprake geweest van een trend richting langer worden van de gemiddelde inleenduur van uitzendkrachten, maar tegelijkertijd geven zij signalen dat deze tien in de komende jaren zal verdwijnen of in ieder geval minder duidelijk aanwezig zal zijn. Ook is op enkele punten geen onderscheid gemaakt tussen uitzendkrachten en gedetacheerde, maar is in de vraagstelling de term ingeleende werknemers gehanteerd.
In de eerste plaats, stelt men, hebben uitzendkrachten geen echt belang bij medezeggenschap in het uitzendbureau. Ook de bedrijfssector speelt hierbij geen rol. Om de positie van deze twee categorieën wat nauwkeuriger te kunnen bepalen is de vraagstelling op enkele punten uitgebreid naar twee andere categorieën flexwerkers, namelijk: werknemers met een tijdelijke aanstelling en oproepkrachten. Verwacht wordt dat de inzet van flexibele krachten ook de komende jaren zal gaan toenemen. Van hen zijn er 30 via een uitzendbureau in het bedrijf werkzaam. Ten aanzien van de gedetacheerde is het beeld hetzelfde: 67 procent van de uitzendbureau vindt dat men voldoende doet voor deze categorie personeel en 33 procent vindt dat dit niet het geval is. Slechts in 1 procent van de 228 bedrijven wordt vermeld dat er sprake is van uitzendkrachten die al langer dan 2 jaar in het bedrijf werkzaam zijn. Hierover worden afspraken gemaakt met het uitzendbureau. Gemiddeld zijn in 1999 in de 228 bedrijven ruim 5 uitzendkrachten in vaste dienst genomen. Het uitlenend bedrijf heeft bij langere en intensievere relaties met inleners de mogelijkheid een breder dienstenpakket aan te bieden, meer in de eigen flexwerkers te investeren en die investeringen beter te kunnen terugverdienen. Van de uitzendkrachten zou ruim tweederde deel en van de gedetacheerden zelfs bijna driekwart het liefste in het desbetreffende (inlenende) bedrijf willen blijven werken, meestal in de functie die men nu heeft.
Gepost op 23 February 2010 door Anouk
bretels
De mannen die deze stijlen populariseerden, hingen rond in trendy koffiebars en bistros over heel Londen. Zij vrijden met meisjes in minirokjes, die onder Mary Quants invloed steeds korter werden. Zij hadden de schitterendste baantjes —schrijver, filmer, televisiemaker, journalist, fotograaf, ontwerper— waarvoor zij zo min mogelijk werk verzetten. Hun tegenhangers uit de arbeidersklasse waren de ‘Mods’. Zij waren begonnen als klein groepje jongemannen met een voorkeur voor Victoriaanse kleding, compleet met pandjesjas en zijden bretels. Zij gingen echter al gauw op in een grote massa jeugdigen die zich in nette mohair pakken, jasjes, spijkerbroeken en poloshirts hulden, met bretels en gebreide dassen. Deze laatste leken sterk op de dassen die alleen gepast geacht werden op de golfbanen of op het land. Hun dasstijl had een enorm effect op alle andere bestaande stijlen. Een paar wat kunstzinniger heren, die deel uitmaakten van een elite die bekend stond om zijn elegante manier van kleden, begonnen deze das te dragen. Mede door het feit dat deze heren toen werden gevolgd en gefotografeerd door tijdschriften over de hele wereld, werd de das alom geaccepteerd. Midden jaren zestig swingde Engeland erop los; “Londen is van de jeugd”, zei men. Het tijdschrift Life International was er neergestreken voor een verslag van wat het ‘de omvang van de swingende revolutie’ noemde, met als ondertitel van het betreffende artikel ‘Zelfs de adel gaat op de mode toer’: “De plooikragen en bloemen worden nu in alle lagen van de Britse samenleving overgenomen. De herenmodes die in Londen zijn ontstaan, blijven niet achter op exportgebied. De buitensporige stijlen zijn al verschenen in metropolen als Parijs en Chicago, wereldsteden die toch niet naast de deur liggen. Zij zullen uiteindelijk de herenkleding ingrijpend kunnen veranderen.”
In werkelijkheid hadden maar weinig Londense trends verreikende gevolgen voor de mode. Uitzondering op de regel was de eerste, werkelijk originele dasstijl van het decennium: de kipperdas. Haar geestelijke vader was Michael Fish (hoewel enige ontwerpers uit die tijd Pierre Cardin als de echte uitvinder beschouwden). Hij werkte voor de Britse hofleveranciers van overhemden Turnbull & Assey. De dasvorm die hij uitvond, de kipper (mijnheer Fish had een voorliefde voor grappige woordspelingen), was enorm breed, lang en werd gestrikt in een reusachtige knoop. De staarten wapperden altijd en overal — dasspelden waren voor de jaren zestig te ouderwets en hadden op de kipper ook belachelijk gestaan. Maar het kipper-effect ging nog verder. Op het grote oppervlak van de das leken kleuren en motieven die eigenlijk te vrouwelijk en afgeleefd gevonden werden (kleine pastelkleurige bloemen op liberty-stofTen, mooie chintz en beroemde psychedelische abstracten in harde kleuren) op hun plaats. Elk ander motief zou verloren zijn gegaan en een effen kipper zou meer op een babyslabbetje of een vals overhemd frondje geleken hebben dan op een das.
Gepost op 18 February 2010 door Anouk
laserontharing
Schoonheidsrecept uit begin achttiende eeuw: ‘Om haar te verwijderen, neemt men 52 eierschalen, verpulver die en destilleer ze met een goed vuurtje; breng ze dan gemengd met water aan op die plekken waar het haar verwijderd moet worden.’ Bij vrouwen die meer katten dan kippen hadden, beval de auteur aan om harde kattenuitwerpselen tot poeder te verpulveren en te mengen met een sterke azijn. Dat zou hetzelfde effect hebben. Tegenwoordig maken we gebruik van laserontharing. In de oertijd was de mens over het hele lichaam sterk behaard. Dat was natuurlijk niet voor niets. Het haar beschermde tegen vocht en kou en geleidde warmte. De evolutie en het bedekken van het lichaam deed die beharing verdwijnen. Ten opzichte van andere zoogdieren valt het gebrek aan lichaamshaar bij de mens op, met uitzondering natuurlijk van hoofdhaar. Toch is de mens dichter behaard dan bijvoorbeeld de walvis, olifant en het nijlpaard. Nog een ander onderscheid kenmerkt de menselijke beharing van die van zoogdieren, namelijk het volslagen gebrek aan tasthaar, zoals bijvoorbeeld de snorharen van de kat. Dat is het haar waarmee zintuiglijke ervaring kan worden opgedaan. Ook als bescherming is menselijk haar nauwelijks meer van belang. In onze westerse cultuur is lichaamshaar voor vrouwen taboe.
Decennia geleden was okselhaar bij ons nog geaccepteerd en niets om je voor te schamen, maar dat is nu niet meer zo. Even leek het erop dat okselhaar weer ‘in’ zou raken, toen Julia Roberts een paar jaar geleden haar behaarde oksels toonde, maar die trend zette niet door. Voor vrouwen die lijden aan hirsutisme is hun haargroei ronduit een ramp. Hirsutisme betekent een te sterke groei van een mannelijk beharingpatroon bij vrouwen. Jonge vrouwen beginnen tegenwoordig bij de eerste tekenen van haargroei al met ontharen. Oksels, de bikinilijn en vooral de benen worden met ontharingsproducten aangepakt. En in sommige gevallen ook de armen. Tot een paar jaar geleden waren voor dat doel slechts verschillende ontharingscrèmes en natuurlijk de speciale scheerapparaatjes en -mesjes ter beschikking. Ook harsen, al dan niet zelf uitgevoerd of bij de schoonheidsspecialiste, behoort tot de mogelijkheden. Maar al deze methoden zijn niet afdoende. De haren komen altijd weer terug. Alleen elektrisch ontharen, uitgevoerd in de schoonheidssalon, geeft een goed resultaat. Dit is echter een pijnlijke, langdurige en kostbare methode. Tegenwoordig is ongewenst haar relatief makkelijk te verwijderen door middel van laserlicht en energetisch licht; een minder pijnloze manier om langdurig of permanent van ongewenst haar af te komen. Het kost wel meerdere behandelingen. In de onderste laag van de huid - de lederhuid - liggen de haarzakjes oftewel follikels, waarin zich de haarwortel bevindt. Hieruit groeit de haar, waarvan wij alleen het verhoornde en in wezen dode gedeelte kunnen zien. Om ongewenste haargroei langdurig tot blijvend een halt toe te roepen, is het nodig om het haarzakje te beschadigen waardoor het geen nieuwe haar meer kan produceren.
Gepost op 1 February 2010 door Anouk
puin container
Bij de laad- en loshulpmiddelen, zoals laadkranen, laadkleppen en puin container officieel heten, verliep de ontwikkeling ongeveer hetzelfde. Zo rond 1951 sijpelden in Nederland de eerste berichten door van hydraulische laadkleppen, die ontwikkeld waren door het Engelse bedrijf Anthony Hoists, een paar maanden later kon Stokvis iets soortgelijks leveren in Nederland. Twee Nederlandse bedrijven die verder erg actief waren in het ontwikkelen van dit soort uitrusting, waren Netam en Noteboom. Zo introduceerde Noteboom in 1951 een laadlift, die niet alleen functioneerde als laad- en loshulpmiddel in die zin dat een vrachtwagen sneller kon worden afgewerkt, maar ook in staat was lading een meter of zo boven de laadvloer te tillen. Goederen stapelen bij het lossen werd daarmee dus een fluitje van een cent. De lift werkte op een combinatie van hydrauliek en kabels, maar de capaciteit was beperkt: 400 kg goederen konden bij de lichtste versie twee meter hoog worden opgetild, de zwaarste versie had een capaciteit van een ton. Net als bij de huidige laadkleppen werd ook deze lift na gebruik opgeklapt, waardoor hij tegelijkertijd fungeerde als achterschot. Noteboom leverde de lift voor montage achterop of opzij.
Zelfs kon een versie worden geleverd die voorop een truck diende te worden gemonteerd, maar veel zijn er daarvan ongetwijfeld niet verkocht, het was niet bepaald een praktische oplossing. Wat minder innovatief, maar toch ook heel handig in de praktijk waren hulpmiddelen als de LTF vatenknecht en een z.g. zakken zwieper die ook in deze periode werden geïntroduceerd. Het waren weliswaar geheel mechanische systemen, maar de chauffeurs die veel vaten of balen moesten versjouwen, waren er maar wat blij mee. Ook aan het mechanisch laden en lossen van stenen werd in die tijd al gedacht. Zo stond er in 1951 in Bedrijfsvervoer een afbeelding van een Amerikaanse truck speciaal voor dit vervoer, die met een heel bijzonder soort laadbak was uitgerust. Die bak kon namelijk verticaal om een tas stenen gezet worden, pakte vervolgens de stenen op en werd daarna op een vrachtwagen getrokken. Hoeveel stenen er braken bij dat ritueel stond er niet bij, maar een erg zachtzinnige manier van laden en lossen zal het in de praktijk niet geweest zijn. Heel wat slimmer was het idee waar Hulo een paar jaar later mee kwam, namelijk een stenenklem aan een laadkraan, waarmee stapels stenen heel snel op een vrachtwagen konden worden gezet en weer gelost. In die vroege jaren vijftig waren er overigens ook al de eerste signalen van rollende vloeren, voorlopers van de ‘walking floor’ systemen waarmee op dit moment wordt gewerkt. Opnieuw was Engeland het land van herkomst, ingebouwd werden ze in huisvuilauto’s. Maar er werd al over gespeculeerd dat dit soort vloeren heel handig zou kunnen zijn om de lading zo van de vrachtwagen in de opslagruimte te rollen. Logistiek denken avant la lettre! Overigens bleef het bij speculeren, in de praktijk bleek de eindeloze rollende vloer niet zo’n succes omdat hij continu over een harde ondervloer gesleurd werd die het eigenlijke draagvermogen leverde.
Gepost op 28 January 2010 door Anouk
jacuzzi
Op maar zeven vierkante centimeter huid is plaats voor vier tot vijf meter aan elkaar geregen haarvaatjes. Zodra de doorbloeding ver-hoogd wordt, geven deze haarvaatjes een vloeistof af. Die wordt door de zweetklieren opgenomen en in de vorm van kleine zweetpareltjes afgegeven aan het huidoppervlak. Daar lopen ze dan samen tot een platte film, die de huid bedekt. Warmteafweer Om het lichaam te beschermen tegen een levensbedreigende ophoping van warmte, verdampen de zweetdruppels op uw huid. De transpiratievloeistof verandert in gasvormige waterdamp. Er wordt een natuurkundige wet in werking gezet: bij het overgaan van een vloeibare naar een gasvormige toestand wordt er warmte onttrokken aan de omgeving - er ontstaat verdampingskou. De lucht boven het huidoppervlak koelt onmiddellijk af en het gevaar is verbannen: uw kerntemperatuur blijft constant en de levensbelangrijke lichaamsfuncties blijven behouden. Voorwaarde voor dit natuurkundige proces is echter wel dat de lucht in de jacuzzi droog is. Zou de luchtvochtigheid te hoog zijn, dan zou er in het lichaam een gevaarlijke ophoping van warmte kunnen ontstaan. Hoe efficiënt de warmteafweer door verdamping is, tonen natuurkundige metingen aan. Bij verlies van slechts een liter zweet door verdamping aan het huidoppervlak, wordt aan het lichaam meer dan 600 kilocalorieën warmte onttrokken, net zoveel energiereserve als er in 100 gram boter zit.
Nauwelijks luchtvochtigheid Een uitgebalanceerd klimaat in de sauna wordt gekenmerkt door constante temperaturen en voldoende aanvoer van verse lucht. Kleine tem-peratuurschommelingen hebben al effect op de luchtvochtigheid, die in een heteluchtcabine erg laag is. Als bij een grote hitte, boven de 96 °C, de relatieve luchtvochtigheid steeds meer afneemt, dan heeft dat tot gevolg dat de slijmvliezen van uw ademhalingsorganen uitdrogen. Uw neusvleugels en vingernagels voelen dan pijnlijk aan. Tot een geringe hitte echter, onder 80 °C, neemt de luchtvochtigheid automatisch toe, met als gevolg dat u niet meer goed kunt zweten. Hoe u voor een uitgebalanceerd klimaat in de sauna kunt zorgen, kunt u nalezen in het hoofdstuk over het plaatsen van een sauna. Stoombad met tropische temperaturen Hoe had u het graag gehad? Woestijndroogte zoals in de sauna of tropisch vochtig zoals in het stoombad? Probeer ze allebei eens uit! Veel sauna’s beschikken zowel over stoombaden als over saunacabines. Het verschil zit hem hierin: een stoombad kent bij veel lagere temperaturen een veel hogere luchtvochtigheid. De gemiddelde temperaturen liggen er ongeveer tussen de 45 en 50 °C Het stoomgehalte bedraagt bijna 100 procent! Als u het stoombad binnengaat, wordt u al meteen door een dichte mist omhuld, die in straaltjes langs de tegels van de cabine naar beneden stroomt. U kunt er zeker van zijn dat dit geen zweet is. Het is veeleer de pure waterdamp, die op het huidoppervlak condenseert en waarbij warmte vrijkomt. Stoombaden maken sloom Waarom zijn de temperaturen in een stoombad in tegenstelling tot de sauna zo laag? Dat is simpel: bij hogere temperaturen, zoals die in de sauna heersen, zou de waterdamp in de omringende lucht meteen verwarmd worden. Gevolg hiervan zou zijn dat u het stoombad binnen de kortste keren moet verlaten om niet te verbranden!
Gepost op 22 January 2010 door Anouk
limousine verhuur
De limousine verhuur voor bekendere mensen of VIP’s gaat meestal via speciale eisen en kunnen vaak meerdere uitzonderingen gemaakt worden. Dat kan erg handig zijn, want dan hoeven ze alleen door te geven wat ze willen. Het was toen nog niet de uitgerekte versie zoals wij die kennen. De chauffeurs hebben hierin een belangrijke functie. De Limousine straalt dan ook een stukje rijkdom uit, en dit is heel begrijpelijk, want deze auto heeft niet iedereen. De geschiedenis van het limo huren draait om die buitengewone autodidact, die zowel technicus als artiest was: Frederick Henry Royce. De oorlog leidde er ook toe dat Henry Royce vliegtuigmotoren ging ontwerpen en hun productie zou uiteindelijk die van de auto’s in belang overtreffen. Limousines huren gaat vrij gemakkelijk, maar men moet wel op tijd zijn met de aanvraag. Het is natuurlijk nog steeds veel geld, maar je kan het zo duur maken als je zelf wilt. Toen het weer vrede was, onderkende Claude Johnson als eerste de economische teruggang van de jaren ‘20 en op zijn aandrang ontwierp Royce een kleiner 20 pk-model, dat in 1922 uitkwam. In vele limousines, vooral in de ietwat luxere typen, komen veel voorzieningen voor. Dat model was niet alleen Henry Royce’s meesterwerk (en dus ver vóór op zijn tijdgenoten), het was van een dusdanige kwaliteit dat de firma zonder kans op tegenspraak kon beweren dat men ‘De beste auto ter wereld’ bouwde.
De meeste chauffeurs zijn gekwalificeerd voor het bereiden van limousines, maar voor de erg lange limousines worden wel speciale vaardigheden gevergd Het personeel dat zorgt voor de verhuur van de limo varieert van registratiemedewerkers tot bedrijfsleiders en van chauffeurs tot koks. We zien ze dan rijden langs mooie palmbomen bij het strand, en hoe ze aan het praten zijn over van alles en nog wat, we kennen het allemaal wel. Wens je je echter te onderscheiden van al die anderen en zou je graag van het limo huren iets bijzonders willen maken, voor bijvoorbeeld een zeer speciale gelegenheid, ga dan op zoek naar bedrijven die exclusieve limo’s verhuren of die de verhuur van zo’n luxe limousine op een geheel eigen manier aanpakken. Maar wat als je nu voor de stoplichten staat met de limousine, en naast je staat een andere wagen, dan weet je dat al snel een blik op je geworpen word. Al naar gelang je wensen kun je ervoor kiezen je luxueus door een geüniformeerde en van handschoenen voorziene professionele chauffeur te laten rijden naar die bijzondere gelegenheid zittend op luxe lederen bekleding, voorzien van warme sfeerverlichting. In 1928 werd de uitgerekte limo geboren. Charles Rolls die Royce’s geweldige mogelijkheden onderkende en hij bestelde elke auto die de kleine fabriek in Manchester kon leveren. Van de André Hazes limousine, waar alles in de stijl van André Hazes is zowel de muziek als het meubilair, tot een roze (de Pink-limo). Tegenwoordig zijn ze er in diverse lengtes, verschillende `speeltjes` in de auto en van verschillende merken.
Gepost op 15 January 2010 door Anouk
heftruck
Voor u een heftruck gaat kopen is het belangrijk om te weten welke heftruck het meest geschikt is voor uw situatie. Heftrucks worden verkocht voor veel verschillende bezigheden en terreinen. Heeft u de heftruck nodig voor binnen of voor buiten en waar heeft u hem voor nodig, hoeveel laadcapaciteit moet de heftruck hebben. Op de site logistiek.nl bestaat de mogelijkheid om een informatiepakket te downloaden dat op al uw vragen antwoord kan geven. Zij kunnen u helpen bij de juiste keuze voor de heftrucks. Na uw informatie die nodig is om een juiste ondersteuning te geven ontvangt u van hen uitgebreide informatie om de juiste beslissing te nemen. Voor het besturen van heftrucks gelden wettelijke verplichtingen. Zowel de ARBO als arbeidsinspectie zijn actief om de gevaren en het verkeerde gebruik van heftrucks te signaleren en voor zover mogelijk op te lossen om het gezondheidsrisico voor werknemers te verminderen. Kijk voor regel, wetten en een goed gebruik van heftrucks op de ARBO site, hier vind u alle informatie die u nodig hebt voor een veilig gebruik van de heftrucks.
Voor de verschillende heftrucs zijn ook verschillende gebruikers methodes en plaatsen. Zo kunt u de heftrucks en vorklift trucks gebruiken binnen het magazijn of winkel maar ook inzetten bij het laden en lossen van vrachtwagens. Ook de keuze uit verschillende brandstoffen is mogelijk, er zijn heftrucs op diesel (niet geschikt voor binnen) benzine en LPG maar ook elektrische heftrucks verkrijgbaar. Er zijn verschillende heftrucks voor verschillende doeleinden te koop, zo zijn er de heftrucks en vorkheftrucks, vorkliften, stapelaars en heftrucks waar meerdere mogelijkheden voor zijn. De verschillende heftrucks zijn onder te brengen in verschillende categorieën, de naam van de categorie geeft al aardig aan waarvoor de betreffende heftrucks te gebruiken zijn. De categorieën zijn onderverdeeld in hand pallettrucks en elektro pallettrucks, stapelaars en vorkheftrucks, orderverzamelaars en reachtrucks, diepstapelsystemen, trekkers en hoogbouwtrucks. Welke heftruck ook uw voorkeur mag hebben voor alle heftrucks die u in Nederland koopt geldt dat ze gekeurd moeten zijn. Een periodieke keuring is verplicht net zoals de APK bij auto’s. Omdat er zoveel varianten in heftrucks mogelijk zijn is een keuze maken altijd moeilijk. Een heftruck moet passen binnen het bedrijf en met honderden varianten op de markt is het niet gek als u door de bomen het bos niet meer zou zien. Heel belangrijk is dat u een bedrijf zoekt waar men u van een degelijk advies kan voorzien en waar men een goede klantenservice heeft. Bij sommige bedrijven kunt u online het hele aanbod bekijken maar ook als u dat liever heeft een brochure aanvragen of advies. Sommige bedrijven werken zonder tussenpersoon waardoor de kosten vaak lager zijn en ook sneller hulp bij problemen mogelijk is. De aanschaf van heftrucks is kostbaar, ga niet over een nacht ijs maar vraag brochures en adviezen bij diverse bedrijven. Blijkt de aanschaf toch nog buiten uw budget te liggen dan kunt u nog altijd het advies gebruiken bij de aanschaf van tweedehandse heftrucks.
Gepost op 29 December 2009 door Anouk
coaching
Bij groepscoaching moet er een sessie van tenminste twee uur aan de afsluitende evaluatie gewijd worden. In deze setting hebben immers niet alleen de coach, maar ook alle overige deelnemers als begeleider(s) gefungeerd. Ook hier is het raadzaam om te werken met panorama’s waarop het coachingsproces en de toekomstvisie van elk lid zijn weergegeven. Iedereen presenteert dan zijn eigen panorama en relateert dit aan de panorama’s van de andere deelnemers. Bovendien moet elk groepslid de gelegenheid krijgen om te vertellen wat voor hem de vakinhoudelijke en menselijke betekenis van de coaching groep is. Afhankelijk van de duur van het groepsproces en naargelang van de ‘menselijke dichtheid’ van de groep vindt er ook in dit geval een slotfeest plaats. Voor de afsluitende sessie van een team coaching kan de coach afhankelijk van het huidige welbevinden van het team de leden verzoeken bij wijze van resumé een gemeenschappelijk werk voor te bereiden. Hierbij kan het dan gaan om een simpele verbale uiteenzetting, een gemeenschappelijk vervaardigd panorama, een demonstratie met behulp van het Szeno-materiaal of wellicht zelfs om een stukje improvisatietoneel. Welke media er ook worden toegepast, altijd moeten de beginstatus van het collectief, de wezenlijke stappen in de procesmatige ontwikkeling van de groep alsook de vermoedelijke ontwikkeling van het team in het resultaat aan bod komen.
Dit proces begint altijd met de aanvangsdiagnostiek. Ze dient ter gemeenschappelijke bepaling van de parameters van de coachings situatie, bijvoorbeeld de doelen, de passende setting en de duur. De aanvangsdiagnostiek wordt gevolgd door een contractfase waarin de interactiepartners van de coaching inhoudelijke, institutionele, emotionele en financiële afspraken maken. In overeenstemming met deze gezichtspunten kunnen er formele en sociale componenten van een contract gedifferentieerd worden. De formele component bestaat uit institutionele en financiële regelingen. Het onderhandelen over formele kwesties geschiedt aan het begin van de coachingsinteractie en kan vervolgens meestal als afgesloten worden beschouwd. Sociale contracten daarentegen vormen interactieve sturingsverschijnselen die gedurende het hele coachingsproces een rol spelen. Aan het begin van het gemeenschappelijke werk moet er over de fundamentele situatieve parameters van de advisering onderhandeld worden, aan het begin van elke sessie over de thema’s en de keuze van doelen, en hierna over de keuze van methoden et cetera. Hierbij moet men zich echter wel realiseren dat de formele en de sociale component van een contract verschillend gehanteerd moeten worden, afhankelijk van de vraag of het om organisatie-interne dan welexterne coaching gaat en afhankelijk van de vraag of de externe coach behalve met de cliënt(en) ook nog met andere instanties, te weten superieuren of vertegenwoordigers van medewerkers moet onderhandelen. Vervolgens worden in dit stuk de verschillende vormen van coachingsverloop beschreven en tot slot thematiseer ik hoe individuele coaching, groepscoaching en teamcoaching moeten worden afgesloten.
Gepost op 3 December 2009 door Anouk
dakkapel utrecht
Vaak heeft dit type dakkapel utrecht aan de onderkant een handgreep waarmee u het raam kunt openzetten. Ook bij nieuwbouwhuizen wordt de zolder nog wel stiefmoederlijk bedeeld met één of twee onooglijke zolderraampjes. Een nadeel is dat deze dakkapel vaak niet in een dag geplaatst is. Er zijn dan geen gevolgen voor de dakconstructie. Het ene type is een gordingen kap. Hierbij is de constructie opgebouwd met horizontale balken, de zogeheten gordingen. Al kan een eerder gebruikte gietmal vaak wel enigszins worden aangepast aan een bepaalde dakhelling, hoogte en breedte. Andere combinatie-elementen worden gebruikt om de lichtinval te vergroten en het uitzicht te verruimen. Zo worden houten kozijnen in de regel geïmpregneerd en eventueel gelakt geleverd. De opstand is van gewapend polyester gemaakt. Het bovenste deel is een uitzet-/tui mei raam, dat u zover naar buiten kunt openzetten dat u er gemakkelijk onder kunt staan. Dit alles natuurlijk wel binnen de gestelde voorschriften van het Bouwbesluit en de gemeente. Meestal komt het neer op het jaarlijks in het vet zetten van de scharnieren en het schoonhouden van de ventilatieroosters. De keuze voor een dakraam of een dakkapel is persoonlijk en afhankelijk van uw wensen en het beschikbare budget. Of u een prefab dakkapel kunt plaatsen hangt af van de dakhelling en de dakconstructie. Figuur geeft de aansluiting van het pannendak met het zink op de dakkapel. De prefab dakkapel is gemaakt volgens traditionele details en de aansluiting op de dakbedekking geschiedt middels loden of kunststof stroken.
Een speciale vorm van aansluiting is het zogenaamd ’slepend’ bouwen van een dakkapel. Daarom kunnen sommige uitzetramen ook tuimelen (schoonmaakstand). Deze ruimte is nodig voor ventilatie in verband met de opwarming van het HR++glas. Controleer ook of u hier een bouwvergunning voor nodig hebt. Deze sporen lopen dicht naast elkaar. De ruimte boven in de kap kan natuurlijk worden gebruikt voor een hoogslaper, maar bijvoorbeeld ook om tropische planten te kweken. De ruimte daarboven kan nuttig worden gemaakt door een legplank over de hele lengte van de zolder. Daardoor is de ruimte nauwelijks bruikbaar - en dat terwijl het inzetten van een fors tuimelraam moeilijk noch duur is. Niettemin wordt de zolder in de praktijk vaak als geheel, of onderverdeeld in een aantal kamertjes, voorzien van een plafond. De exacte dikte is afhankelijk van het soort isolatiemateriaal dat wordt gebruikt. Er zijn verschillende systemen prefab dakkapellen in de markt. Dakkapellen zijn te verdelen in twee soorten: traditionele en kant en klare (prefab) dakkapellen. Kosten technisch kan een dakkapel dan voordeliger zijn.
Gepost op 25 November 2009 door Anouk
houtworm bestrijding
Probeer eens gegeten grapefruithelften, met de schil naar boven, tussen uw planten te leggen; slakken zullen zich daaronder verzamelen, zodat u ze zo kunt vangen. Of leg hoopjes kleingemaakte, sappige sla of smeerwortelblad neer als lokmaaltijd. Leg ze zo ver mogelijk weg van de gewassen die u probeert te beschermen. Barrières: Leg afweerbarrières van gruis aan op de grond. U zult ze wel na nagenoeg elke regenval moeten vernieuwen. Slakken zullen geen koper oversteken, want dan krijgen ze een lichte elektrische schok, en ze zijn al evenmin gesteld op aluminiumfolie. Wat ook werkt voor houtworm bestrijding U kunt nematoden kopen die slakken verdelgen. Zet deze microscopisch kleine parasieten in de grond uit Phasmorhobditcs hermophrodita gaat het lichaam van een slak binnen en vermenigvuldigt zich daarin, zodat de gastheer opzwelt tot een omvang dat hij niet langer eet, waarna hij diep de grond in graaft en sterft. Afdekkingen: Individuele jonge planten en zaailingen kunt u afdekken met fijnmazig gaas Glazen of plastic kappen zijn eveneens nuttig en u kunt ook de bovenste stukken van plasticflessen gebruiken, maar denk er in dat geval wel aan ze weg te halen wanneer het heet is, want anders roostert u misschien uw planten. Bladluizen zijn wijdverbreid, maar niet moeilijk te bestrijden. Veelvoorkomende bladluizen Bonenluis begint op de eindscheuten van tuinbonen, Oost-Indische kers, distels en hun verwanten en verspreidt zich van daar omlaag.
Bladluizen zijn het lastigst op sierplanten, vooral rozen. Witbepoederde schildluizen tasten koolgewassen aan en veroorzaken misvormde en verkleurde bladeren. Wolluizen beschermen zichzelf door vlokken van wollige wasdraden. Ze tasten doorgaans appelbomen aan, trekken mieren en wespen aan en dragen vaak ziekten over. Slawortelluizen verhinderen dat slaplanten zich ten volle ontwikkelen. Cultivatie: Zorg ervoor dat planten onder de beste condities groeien en gebruik geen stikstof, aangezien stikstof voor een sappige groei zorgt, die bladluizen aanmoedigt Predators: Moedig predators aan met lokplanten - lieveheersbeestjes, zweefvliegen, gaasvliegen, roofwespen en oorwormen jagen op bladluizen. Barrières: Vlies of andere afdekkingen van rijen kunnen bescherming bieden. Met de hand vangen: Vermorzel ze als u ze ziet Combinatieplanten: Plant Oost-Indische kers bij appelbomen als waard voor bladluizen. Plant muurbloemen in boomgaarden voor een vroege bevoorrading met nectar, zodat natuurlijke vijanden al vroeg aan de gang gaan. Resistentie: Teel resistente slavariëteiten. Spuiten: Zeep en water. Spuit met de tuinslang koud water op wolluizen.
Gepost op 11 November 2009 door Anouk
poedercoaten
Verf behoort in het algemeen tot de groep ontvlambare stoffen. Bij een werktemperatuur boven het vlampunt van de verf ontstaat een damp die kan ontbranden en soms zelfs kan ontploffen. Het vlampunt is de laagste temperatuur waarbij bijvoorbeeld verfdamp door een vlam of een vonk tot ontbranding kan worden gebracht. Daarom moet bij het verwerken van ontvlambare stoffen goed geventileerd worden. Door de toevoer van voldoende verse lucht wordt dan telkens een hoeveelheid damp afgevoerd. Hierdoor vermindert het gevaar. Bij de groep van licht ontvlambare en ontvlambare stoffen horen verf en verdunningsmiddelen voor verf poeder om te poedercoaten hoort hier niet bij. Hiervoor zijn een aantal voorzorgsmaatregelen van kracht. Dit zijn: geen open vuur (dus ook geen brandende lucifer of sigaret); geen vonken veroorzaken (verf afbranden, schrapper slijpen); niet roken in de verfopslagplaats of tijdens de verfverwerking; na het werk de oplosmiddelen en de verdunningsmiddelen en de gemakkelijk brandbare verfsoorten in goedgekeurde opslagruimten opbergen; verflappen in metalen bakken met deksel gooien; zorgen voor voldoende poederblus toestellen. Om veilig te kunnen werken kun je voorzorgsmaatregelen nemen. De voorzorgsmaatregelen worden ook aangegeven met symbolen. Vakwerk is geen kliederwerk Wanneer een schilder de ramen en de deuren van een kamer moet schilderen, dan moet dit netjes gebeuren. Een opdrachtgever verwacht van een vakman alleen maar vakwerk en geen kliederwerk. Met vakwerk bedoelt men niet alleen gaaf en strak schilderwerk. Men verwacht ook van een vakmanschilder dat hij schoon en EO netjes kan werken. Wanneer een vakman een raam schildert, dan mag er geen verf op het glas komen. Er mogen natuurlijk ook geen verfspatten op de vloer of op het behang komen. De vloer moet schoongeveegd zijn en de rommel moet worden opgeruimd. Een opdrachtgever laat een vakmanschilder juist komen om het werk netjes en mooi te maken. Als je aan de verfspatten op de stoep of het tegelpad kunt zien dat de schilder bezig geweest is, dan is het niet goed.
Dit geldt ook voor kasten of meubels. Een klein vlak, bijvoorbeeld een tegelvensterbank of de stoep van een voordeur kan worden afgedekt met een stuk plastic. Een grindpad of een tegelpad kun je afdekken met ribkarton, plastic of met een spatkleed. Planten in de tuin of een rozenperk kun je uit voorzorg even afdekken met een spatkleed. Een klant vindt het nooit prettig wanneer zijn tuin na het werk van de schilder vol ligt met afgeschrapte verf resten. Opgeruimd staat netjes! Aan het eind van de werkdag heet opgeruimd alleen maar netjes. Een goede vakman ruimt aan het eind van de werkdag niet alleen zijn gereedschap en de verf op. Als bij het buitenschilderwerk het grindpad of het rozenperk vol ligt met resten afgeschrapte verf, dan is er slordig gewerkt. Omdat alles wat een schilder doet direct opvalt is het noodzakelijk dat hij erg precies is. Om straks als schilder schoon en netjes te kunnen werken, moet je aan de volgende punten denken: De plaats waar je staat te werken moet schoon zijn en blijven. Ook na afloop van de werkdag mag er geen vuil blijven liggen. Een groot vlak, bijvoorbeeld de vloer, het trottoir of het tegelpad in de tuin aan het eind van de werkdag wordt alles opgeruimd en schoon geveegd, ook de vloer. Hierdoor kan hij de volgende dag direct in een schone omgeving verder gaan met het werk. De verfbussen worden verzorgd en afgesloten met een deksel. De ladders en trappen worden veilig opgeborgen en soms aan een ketting gelegd. Dit laatste om te voorkomen dat spelende kinderen er gekke stunts mee kunnen uithalen.
Gepost op 5 November 2009 door Anouk